De overlieden van de Kloveniersdoelen, 1655

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

In 1655 lieten de overlieden van de Kloveniersdoelen zich tijdens een oestermaaltijd portretteren. De vier bestuurders zijn rond een tafel geplaatst, waarvan drie met elkaar in gesprek, terwijl de vierde voor de tafel zich naar de beschouwer wendt. De namen van de overlieden op dit stuk zijn bekend en de twee mannen links kunnen met zekerheid worden geïdentificeerd omdat zij al eerder door Van der Helst geportretteerd. Geheel links zit burgemeester Cornelis Jansz Witsen (1605-1669), die zich met een spreekgebaar tot de man tegenover hem richt. Witsen was in 1648 door Van der Helst op de Schuttersmaaltijd voor de Voetboogdoelen geportretteerd. Hij was van 1650 tot 1653 kolonel geweest en werd voor het eerst in 1653 tot burgemeester gekozen.
Naast hem zit Roelof Bicker (1611-1656), wiens portret als kapitein van zijn compagnie door Van der Helst al in de Kloveniersdoelen hing. Ook hij was enige jaren overman. Hij besprenkelt met citroen een oester. De twee andere overlieden zijn Gerard Reynst (1599-1658) en Simon van Hoorn (1618-1667), maar omdat er geen andere portretten van hen bekend zijn, is het niet helemaal zeker wie wie is. Omdat Van Hoorn negentien jaar jonger dan Reynst was, zal hij de man rechts moeten zijn, die jonger lijkt dan de man die voor de tafel zit. Simon van Hoorn was in 1653 als overman aangesteld en was op het moment dat dit portret werd geschilderd kolonel van de burgerij. Gerard Reynst zit voor de tafel en met een roemer half met bier gevuld heeft hij zich als enige naar de beschouwer toegewend. Reynst was vanaf 1652 overman. Hij was de rijkste man van deze vier en een groot kunstverzamelaar.

Achter Simon van Hoorn is het doelenpersoneel afgebeeld: een man met een kan, een vrouw met een schaal oesters en een jongen. In 1654 was Geertruyd Nachtglas haar vader Jacob Pietersz. Nachtglas als kastelein in deze doelen opgevolgd en misschien is zij de vrouw rechts in de deuropening. De man met de kan heeft zijn gezicht naar rechts gewend en wijst net als Simon van Hoorn naar iets dat zich buiten het schilderij bevindt.

Waarom Van der Helst de heren juist aan een oestermaaltijd heeft afgebeeld is onduidelijk. De oestermaaltijd was in de zeventiende-eeuwse schilderkunst een geliefd thema, waarbij de voorstelling een erotische connotatie had. Dit zal echter bij deze voorstelling zeker niet het geval zijn geweest. Op de vele geschilderde schuttersmaaltijden uit Amsterdam en andere steden worden geen oesters geconsumeerd en in de schaarse bronnen over schuttersfeesten worden hierover geen details gegeven.

J. van Gent in: N. Middelkoop, met bijdragen van Gusta Reichwein en Judith van Gent, De oude meesters van de stad Amsterdam: schilderijen tot 1800, Bussum / Amsterdam  2008, p. 112